Hervorming van de bevoegdheden van Duitse rechtbanken 2026: Wat bedrijven in Duitsland moeten weten

Andreas Lutze
|

Hervorming van de bevoegdheden van Duitse rechtbanken 2026: Wat bedrijven in Duitsland moeten weten

In Duitsland is op 1 januari 2026 een ingrijpende hervorming van het Duitse wetboek van burgerlijke rechtsvordering in werking getreden. De wetgever heeft de verdeling van de absolute bevoegdheid in civiele zaken tussen de “Amtsgerichte” (kantongerechten) en de “Landgerichte” (arrondissementsrechtbanken) herzien en de drempels voor rechtsmiddelen aanzienlijk verhoogd. De wetgever beoogt een efficiëntere rechtspraak en een sterkere specialisatie.
In dit artikel geven wij u een overzicht van wat er is veranderd.

Verhoging van de competentiegrens en specialisatie: veel meer zaken bij de lagere rechtbank

De competentiegrens voor de bevoegdheid in eerste aanleg van het “Amtsgericht” is verhoogd van € 5.000,- naar € 10.000,-.

Daarnaast zijn er nieuwe, waarde-onafhankelijke bijzondere bevoegdheden ontstaan. Zo komen geschillen over media, aanbestedingen en medische behandelingen direct bij gespecialiseerde kamers van het “Landgericht”, ook als het om een kleiner bedrag gaat. Hierdoor profiteren bedrijven die in deze sectoren actief zijn van de gespecialiseerde kennis, wat resulteert in beter geïnformeerde en meer afgewogen uitspraken. Dit verhoogt de kwaliteit van de rechtspraak.

Wat zijn de gevolgen van de hervorming in de praktijk?

Voor het “Amtsgericht” geldt geen wettelijke verplichting tot vertegenwoordiging door een advocaat. Partijen kunnen zich in theorie zelf vertegenwoordigen. Vanwege de juridische complexiteit is dit echter zelden raadzaam omdat het risico op procesfouten aanzienlijk wordt vergroot. Voor het “Landgericht” moeten partijen zich verplicht door een advocaat laten vertegenwoordigen.

Zaken voor het “Amtsgericht” worden in principe beslist door een enkele rechter. Bij het “Landgericht” zijn er kamers (bestaande uit drie rechters).

Hogere grenswaarden voor beroep:

Met de hervorming heeft de wetgever de mogelijkheden om in hoger beroep te gaan ingeperkt. De minimumgrens voor een hoger beroep stijgt van € 600,- naar € 1.000,-. De beperking van de mogelijkheid om kleine zaken in hoger beroep te brengen, maakt het des te belangrijker om al in de eerste instantie een sterke zaak te presenteren.

Samenvatting en conclusie

Kleinere zaken met een geschilwaarde tot € 10.000,00 worden sinds 1 januari 2026 beoordeeld door een enkele rechter bij de “Amtsgerichte”. De kamers bestaande uit drie rechters bij de “Landgerichte” zijn bevoegd voor civiele procedures wanneer de geschilwaarde hoger is dan 10.000 euro of wanneer er sprake is van een waarde-onafhankelijke bijzondere bevoegdheid. Tegelijkertijd wordt de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen bij kleine zaken beperkt. Hierdoor wordt het belangrijk om de zaak al in de eerste instantie gedegen voor te bereiden en te presenteren.

 

 

Meer blog posts

Blog